Allereerst omdat ik ze mooi vind én omdat ik regelmatig planten van mijn vader krijg. Er staan een paar cactussen in witte en glazen potjes, een paar Spathiphyllums, een soort van palmboomachtige boom, een gezellig oranje begonia (lekker ouderwets), een paar groene planten die het al heel lang doen én een stuk of 6 orchideeën. En achter de bank, mijn favoriete opkweekplekje, staan een aantal paprika en peperplanten te groeien. Die moesten in de tuin, maar hebben het nooit gehaald.
Nu lijkt het natuurlijk alsof ik hele groene vingers heb. Maar niets is minder waar. De planten die ik in huis heb, op de begonia na, zijn gewoon keihard en hebben niet zoveel verzorging nodig. En blijkbaar staan de orchideeën bij mij op een goed plekje in het raamkozijn, want die blijven maar groeien en bloeien. Alle planten gaan bij mij relatief snel dood, behalve die orchideeën. Die blijven maar bloeien en nieuwe takken maken. Blijkbaar geef ik ze net genoeg water en staan ze op een goed plekje uit de zon. Zonder dat groen vind ik dat mijn huis niet leeft. Groen, in de vorm van planten, hoort gewoon in een huis. Dat zorgt ervoor dat ik mij thuis voel, dat het voor mij een leefbaar huis is.
| Bron: flow magazine Spathiphyllum = lepelplant |
Heb jij veel planten in huis?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten